Age Of Tablets
18-02
De markt van de tablets was al enkele jaren vrij stabiel en vooral klein gebleven, met voornamelijk resistieve touschreens en volledige desktop OS’en zoals Windows XP en Vista die minimale aanpassingen hadden ondergaan om vingervriendelijk te werken. Weinig verrassend dus dat de grote massa hier niet voor gewonnen was.
Een nieuw soort tablet
Ondertussen laaiden de geruchten over een tablet uit het Apple kamp op. De verwachtingen hooggespannen na de revolutie die de iPhone 3 jaar eerder had teweeggebracht. Op 27 januari 2010 was het dan zover, op een persconferentie in San Fransisco stelde Steve Jobs voor wat de nieuwe heilige graal van Apple moest worden, de iPad.
Een 9.7” multitouch capacitief IPS scherm, 1GHz Apple A4 ARM processor, 256MB ramgeheugen, de keuze tussen 16, 32 of 64 gigabyte aan opslaggeheugen en indien gewenst een simkaartslot voor een 3G-verbinding.
Dat waren de droge specs, maar wat met de software? Weinig verrassend zo bleek, iPhone OS werd iOS en kon met enkele kleine aanpassingen naar de iPad worden geport. Teleurstellend dat Apple het grotere scherm en de hogere resolutie van de iPad niet ten volle benutte met een interactief homescreen en widgets. De iPad voelde als een gehaast product, een gevoel dat alleen maar werd versterkt door het gebrek aan multitasking. Het duurde nog een half jaar voor Apple de broodnodige update naar iOS4.0 uitbracht.
Samsung in de aanval
Ondertussen had de concurrentie niet stil gezeten en kwam ook Samsung met een tablet uit, de Galaxy Tab. Een 7” Android 2.2 device met 1Ghz processor met een intern opslaggeheugen van 2GB en een meegeleverde SD-kaart van 16GB. Wat voor veel mensen een groot gemis bleek te zijn bij de iPad heeft de Galaxy Tab wel, in tweevoud zelfs. Een 3.2 megapixel camera met flits aan de achterkant en een 1.3 megapixel camera aan de voorkant die vooral voor videocalling nuttig zal blijken. De Galaxy Tab is trouwens perfect in staat om gewone telefoongesprekken te voeren, wat door het grote scherm dan toch weer bemoeilijkt wordt.

De Galaxy Tab kwam op de markt met een adviesprijs van 749 euro, een hoop meer dan de 499 euro die neergeteld dient te worden voor het basismodel van de iPad dus. Samsung zag zijn fout echter al snel in en er werd met prijsverlagingen en cashbacks naar de consument gegooid waardoor de prijzen op gelijke hoogte kwamen te liggen.
Voelde de iPad al oncompleet aan, dan de Galaxy helemaal. Een gevoel dat enkel maar werd versterkt toen ook uit het kamp van Google de melding kwam dat Android 2.2 niet geschikt was voor tablets. Niet veel later kondigde Google dan ook Android 3.0 Honeycomb aan. Met Matias Duarte, bekend van Palm’s WebOS, aan het hoofd werd het hele OS qua design onder handen genomen om een betere gebruikerservaring te bieden.
Het is echter nog maar de vraag of Honeycomb ook officieel naar de Samsung Galaxy Tab geport zal worden, aangezien Samsung ondertussen al een nieuwe versie van de Tab heeft aangekondigd met een 10.1” scherm en NVidia’s Tegra 2 processor, deze zal standaard met 3.0 gereleased worden. Samsung heeft geen al te beste reputatie als het gaat over support voor oudere toestellen.
1984 of zelf baas over eigen apparaat?
Toch verkiezen sommigen een tablet als de Galaxy Tab boven de iPad. Met een tablet koop je namelijk niet een toestel, maar ben je ook onmiddellijk gebonden aan het hele ecosysteem van de fabrikant. Officieel kan je enkel en alleen die applicaties gebruiken die Apple toelaat in de App Store, en bepalen zij dus voor jou wat mag en wat niet. Bezoek je vaak flash sites dan kies je beter niet voor de iPad, want code-interpreters worden niet toegelaten. Ook voor een custom homescreen moet je niet bij Apple aankloppen, één interface voor iedereen is daar de norm.
Niet alleen gebruikers worden hierdoor afgeschrikt, ook ontwikkelaars zijn niet altijd even blij met Apple’s dominante houding. Zo werd de Sony E-Reader applicatie overlaatst uit de App Store geweerd toen Apple aankopen verplicht via hun in-app purchases liet verlopen, met daaraan verbonden 30% van de verkoopprijs die in eigen zak verdwijnt. Hierop laaiden de geruchten op dat Sony op het punt zou staan hun muziek uit de iTunes catalogus te verwijderen.
Dit is niet het geval bij Android, Google maakt zich sterk een “open” systeem te hebben gebouwd waar de broncode vrij van beschikbaar is en waar iedereen voor kan ontwikkelen. Om applicaties via de officiële Market te verspreiden moet je een developer licentie kopen, maar het staat je vrij om je eigen applicatie buiten de Market om te verspreiden. Power users zijn daarom meer geneigd om een tablet met Android te kiezen waar ze zelf de volledige controle over hebben.
Iedereen wil een graantje meepikken
Een derde ‘up and coming’ is de BlackBerry Playbook. Weer zo’n 7-incher met een nieuw OS genaamd QNX. Waar Apple Flash volledig uit de weg gaat is het bij RIM een hele andere wereld. Adobe Mobile Air is de standaard ontwikkelomgeving voor de Playbook en ook de Flash Player plugin wordt standaard meegeleverd. Ook Android biedt trouwens ondersteuning via Air For Android. Spijtig genoeg lijkt RIM de Playbook sterk gekoppeld te willen houden aan zijn smartphones, door bepaalde applicaties, zoals bijvoorbeeld de kalender enkel bruikbaar te houden in combinatie met een BlackBerry.

Ook in ontwikkeling is Motorola’s Xoom, deze dualcore 10.1” tablet zou in het tweede kwartaal van Europa moeten uitkomen met Android 3.0 als OS en wordt door veel mensen beschouwd als dé concurrent voor de iPad. De vraag is echter maar of Motorola zichzelf niet simpelweg uit de markt prijst met een adviesprijs van 1199 dollar Meer dan twee maal zo duur als de andere tablets, zonder daarbij ook noodzakelijk betere hardware te bieden. Honeycomb ziet er veelbelovend uit, maar zal binnen de kortste keren ook op vele andere tablets beschikbaar zijn, hopelijk tegen meer concurrentiële prijzen.
Deze week kondigde HTC op het Mobile World Congress bijvoorbeeld zijn HTC Flyer aan, een 7” tablet dat in maart gereleased zou worden en waarvan nu al zeker is dat er een update naar Android 3.0 beschikbaar zal komen. Prijzen zijn nog niet bekendgemaakt, maar de duurste uitvoering met 32 Gigabyte aan geheugen en 3G zou 700 euro moeten kosten.
Afsluiten zullen we doen met de HP TouchPad, het resultaat van de recente overname van Palm. Het door hun ontwikkelde WebOS werd met de Palm Pre lyrisch onthaald, maar was niet genoeg om het bedrijf te redden van de ondergang. Gelukkig zag HP de waarde van het besturingssysteem in en komen ze niet alleen met verschillende smartphones op de proppen maar ook met een 9,7” dualcore 1.2 Gigahertz Snapdragon tablet, met ook hier weer 16, 32 of 64 Gigabyte aan geheugen. Niet alleen qua specs, maar ook qua uiterlijk hebben ze duidelijk de mosterd bij Apple gehaald.
Dit is echter geen zorg voor de gemiddelde consument, die gewoon een goed werkend product wil. En als de TouchPad net zo goed werkt als de Palm Pre dan zal HP dit probleemloos waar kunnen maken. Handig is ook de TouchStone, waarbij de tablet via inductie kan worden opgeladen.
Dé ultieme tablet?
Vandaag is er dus maar weinig beschikbaar, maar binnen enkele maanden barst de strijd helemaal los. Verwacht wordt dat Apple in april ook weer met een tweede generatie iPad zal uitkomen om concurrentieel te blijven, naast een dualcore processor, meer ramgeheugen en een camera of twee zie ik echter weinig veranderingen op til.
Zo komen alle tablets hardwarematig ongeveer op dezelfde lijn te liggen, en zal men zich vooral op vlak van software moeten onderscheiden. Welke grafische schil boven Android zal de mensen aanspreken, Sense 3D of TouchWiz, of toch liever een iPad met iOS? En in welke Market zijn die applicaties beschikbaar die jij wilt?
Persoonlijk kijk ik liever nog even de kat uit de boom. De Samsung Galaxy Tab kan me absoluut niet bekoren, de software lijkt half afgewerkt en Android 2.2 is duidelijk niet bedoeld voor zo’n hoge resolutie. Met de iPad heb ik het meeste hands-on ervaring, maar beperkingen in de software blijven me storen en de multitasking staat nog niet helemaal op punt. Apple heeft echter wel de meest uitgebreide App Store, wat zeker een pluspunt is.
RIM’s QNX OS is nog te nieuw, een tablet heeft meer nodig dan enkele standaardapplicaties en momenteel is er nog weinig bekend van het aanbod van andere developers. Ook HP’s WebOS heeft momenteel een te kleine developerbase.
De Motorola Xoom ziet er een veelbelovend apparaat uit, zeker met Android 3.0 in de maak, maar voor 1199 euro koop ik me liever een volwaardige laptop. Zeker als HTC met hun Flyer een vergelijkbaar apparaat kan bieden tegen een veel lagere prijs. Veel van deze tablets zijn echter nog niet meer dan veredelde prototypes en de toekomst zal moeten uitwijzen hoe goed ze in de praktijk kunnen standhouden.








Way to go Fre!